Veilig en duurzaam werken, wat is dat eigenlijk?
Na 30 jaar aan de zijlijn te hebben gestaan, roepend dat iemand een harnas moet aantrekken en vragend of de installatie wel is gelockd (en zo ja: hoe dan?) en na het creëren van het zoveelste document (dat vervolgens niet wordt gelezen), is het eindelijk tot me doorgedrongen:
Veiligheid gaat niet over mensen.
Maar waarover dan wel?
Het gaat over regelgeving, een license to operate, aansprakelijkheid en allerlei andere niet-populaire termen.
Als HSE’ers werken we met de allerbeste bedoelingen, maar eigenlijk vooral om de organisatie te laten zien hoe goed we het doen en hoe goed we het met onze mensen voor hebben.
En dat is ook zo!
Maar ondanks die goede intenties gaat er vooral veel tijd en energie zitten in het voldoen aan alle wet- en regelgeving.
En gaat dat nou niet precies ten koste van de veiligheid van onze mensen?
Ik denk het wel.
Bouwen in het bloed
Als dochter van een aannemer in de bouw, kruipt het bloed waar het niet gaan kan.
Na een lastig (bouw)project in Nederland uiteindelijk te hebben verkocht, hebben mijn kersverse echtgenoot en ik drie jaar geleden besloten het roer om te gooien en naar Frankrijk te emigreren. Daar heb ik ervaren wat veiligheid is, wat veilig werken is, en dus ook vooral wat het níét is.

Want het is niet zo simpel als het lijkt.
Als ondernemer, of als particulier die een oude watermolen wil opknappen, komt er zoveel op je af. Er zijn zoveel zaken waar je aandacht aan moet besteden en al helemaal als je personeel hebt, of werkt in een branche met gevaarlijke stoffen, of in de bouw.
En helpt al die regelgeving over veiligheid en milieu nou echt om het veiliger te maken voor je mensen?
Nou nee, niet echt.
Dus hoe dan wel?
Grote bedrijven maken gebruik van digitale systemen om hun HSE-zaken te managen, met als idee dat door meer data te genereren, er meer inzicht ontstaat in de meest risicovolle activiteiten, zodat daar gerichte actie op kan worden ondernomen.
Dus:
Meer data = meer inzicht = minder risicovolle activiteiten
De gedachte is dat door minder handmatige handelingen de veiligheidsman/vrouw meer op de werkvloer kan blijven.
In de praktijk is dat niet zo. Want doordat er meer data kan (en dus ook moet) worden gegenereerd, komt er ook steeds meer werk bij, en dus ook weer meer data.
Dus de realiteit is dan ook:
Meer data = meer inzicht = meer werk = meer data.
Enzovoort.
Dat geldt ook voor wet- en regelgeving op veiligheids- en milieugebied. Het is veel, het is complex, en er komt alleen maar meer bij. Van de arme ondernemer wordt verwacht dat hij dit allemaal weet, erop acteert en de voortdurende veranderingen bijhoudt. Probeer het maar eens waar te maken!
1001 veiligheidsregels
Toen ik begon te bouwen aan mijn watermolen in Frankrijk ondervond ik de verschillen, en ook de parallellen met Nederland. Ik moest het zelf gaan doen, zonder hulp. Behalve die van mijn lieve vader natuurlijk.
Zelf met de poten in de klei, een hamer in de hand, op een steiger (ook zelf) gebouwd van hout, dakpannen leggen op acht meter hoogte en dagelijks geconfronteerd worden met dode bomen die op je huis dreigen te vallen.
Of lekkages van een asbestdak.
Of een rivier die regelmatig buiten zijn oevers treedt.
Of een niet geïsoleerd huis met een kachel op hout.
Want hoe kom je aan goed brandhout?
En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Pas na al deze ervaringen viel het kwartje: het is allemaal niet zo eenvoudig om aan al die 1001 veiligheidsregels te voldoen! En dan ga je prioriteiten stellen en laat je ook een heleboel achterwege.
Hulptroepen inroepen? Lastig. Want natuurlijk beheers je de taal niet of onvoldoende. En ook in Frankrijk kent men regelgeving. Bureaucratie is daar zo ongeveer uitgevonden, kun je wel zeggen. En dat is niet bedoeld om jouw leven eenvoudiger te maken.
Integendeel.
Veilig en duurzaam werken begint wat mij betreft niet bij regels of systemen, maar bij bewustwording. Door eerst te begrijpen waar veiligheid in de praktijk écht over gaat, ontstaat ruimte om het anders aan te pakken. Minder vanuit moeten, meer vanuit doen. Dat is voor mij de basis van hoe ik naar HSE kijk, en waar mijn werk bij SecuDura op is gebouwd.
Emigreer naar een ander land!
Wat je ziet bij ‘Ik Vertrek’ klopt allemaal
Alles wat je ziet bij “Ik vertrek”, “Het Roer Om”, of wat voor andere verhuis- en verbouw programma’s ze nog meer hebben bedacht: het klopt allemaal.
Deze programma’s laten ook wel zien hoe georganiseerd Nederland is en hoe Nederlanders zich niet laten kennen. Ondanks tegenslagen zetten ze door. Ze willen ondernemen, iets opbouwen voor de toekomst, en ze denken dat alles kan. Ikzelf incluis.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Fransen: die vinden het allemaal al snel goed zoals het is en hebben over het algemeen minder ambities om hun bedrijf te laten groeien en iets te bereiken.
Als gevolg daarvan zitten dakdekkers voor jaren vol en lukt een kraan inhuren enkel als je bepaalde mensen kent, enzovoort.
Of het ook leuk is? Jazeker! Het zet je met twee voeten op de grond. Je krijgt te maken met uitdagingen die je van tevoren niet had kunnen bedenken, en het leven zit vol afwisseling.
Niet meer elke dag achter een computer.
Niet meer elke dag in de file op weg naar je werk.
In plaats daarvan zijn we vrijwel de hele dag buiten, staan we in weer en wind te buffelen, verrichten fysiek zwaar werk (hoezo ergonomie?), en voel ik me sterker dan ooit! Want het menselijk lichaam is niet gemaakt om de hele dag te zitten, en een half uur per dag bewegen of sporten lost dat probleem ook niet op.
Mijn levensstijl veranderen betekende in feite; iets anders doen dan computerwerk. En in Nederland is alleen dat al een uitdaging.
Dus wil jij je leefstijl veranderen? Emigreer naar een ander land!
Met de billen bloot
Eerlijk gezegd ben ik al een tijdje in Frankrijk met dit project bezig, en ik merk dat ik onveilige situaties soms gewoon accepteer. Zowel voor mezelf als voor een ander.
Ik merk dat het aanhaken met een harnas ook een hele onveilige component in zich heeft. Je moet namelijk steeds de lijn losmaken en elders weer vastklikken, terwijl je op hoogte werkt. Tuurlijk, twee lijnen gebruiken is een optie, maar dat geeft ook nog meer ballast.
Of dat ik toestond dat de mannen met een handcirkelzaal op de grond werkten in plaats vanaf een fatsoenlijke werkbank, terwijl ik die gewoon heb. Maar ja… de werkbank ophalen en omhoog slepen naar de eerste verdieping is ook een klus op zich.
Of toen de afscherming van mijn nieuwe slijptol, die het apparaat veiliger zou moeten maken, al heel snel losliet en het apparaat juist ónveiliger maakte. En ja, die afscherming zit er nu dus niet meer op.
Natuurlijk zorg ik dat de ladder goed staat, haal ik er eventueel iemand bij of zet ik hem vast als dat kan. Ik ben niet gek (lees: ik wil niet dood). En toen mijn vader de steiger afbrak en met gevaar voor eigen leven op twee plankjes stond te balanceren op negen meter hoogte, vond ik dat allesbehalve leuk. Zijn gedachtegang: ‘Liever hij dan zijn dochter’.
Maar deze situatie was écht niet acceptabel, en toch kon ik hem er niet van weerhouden het te doen.
Natuurlijk is er meer
Als vrouw in de bouw moet je jezelf in alles bewijzen. Zit ik op het dak mijn wekelijkse klusje pannenleggen te doen, komt er een Fransman voorbij die zegt: Tu fais ça toute seule? en me daarbij zo meewarig aankijkt. Maar ja, het werk moet gebeuren en alles wat je zelf kunt, doe je zelf!
Eens even kijken: ik sjouw met alles wat (te) zwaar is, want ja, het werk moet gebeuren. Ik ben een vrouw die (oké, gepast) risico neemt, want ik wil het werk klaar hebben, en geduld is niet bepaald een eigenschap waarmee ik rijkelijk ben bedeeld.
Dus ik zet door, ik buffel, ik strijd, ook wanneer ik moe ben en spierpijn heb. Maar ach, het geeft niet. Het is altijd nog beter dan de hele dag achter een computer zitten. En ja, dat meen ik echt.
Conclusie: je gaat onveilige situaties pas écht zien wanneer je zelf de handen uit de mouwen steekt.
Dus wanneer werk je nou wél veilig?
Als je achter een computer zit en voor een ander bedenkt hoe het moet, hoe helpt dat de medewerker die:
- doet wat die moet doen
- het werk klaar moet hebben (met druk van de manager)
- graag op tijd naar huis wilt
- de lijn niet stop wil zetten (want productie moet door!)
- zijn/haar lijf niet voelt of zelfs niet wil voelen (als het pijn doet)
- de lange termijneffecten al helemaal niet voelt
- en nog gelooft dat hij of zij jong en onsterfelijk is?
Vanuit deze gedachtegang stel ik mezelf de vraag: wat zou mij bewegen om het anders te doen? Wat kan ík doen, voor mezelf en voor diegene die met mij samenwerkt, en wellicht nog veel meer mensen, om het beter aan te pakken?
Bij SecuDura zoek ik daarom altijd naar manieren om veiligheid te laten aansluiten op de realiteit van het werk. Want oplossingen die alleen op papier kloppen, helpen niemand.

